De bouwweg vooruit?

Samenwerken alvorens te besluiten

Afgelopen week stond in het teken van het escalerende conflict tussen het Actiecomité en de Gemeente Eindhoven. De manier waarop de gemeente met voldongen feiten regeert en haar burgers niet serieus neemt zet veel kwaad bloed en zet het concept democratie feitelijk bij het oud vuil. Bij mij groeide de onvrede over het gebrek aan constructieve vooruitgang in dit dilemma. Maandag en dinsdagochtend ben ik vroeg opgestaan om de eventuele kapwerkzaamheden voor te zijn. Maar terwijl ik weer even thuis was voor mijn ontbijt, is rond half acht de eerste eik al omgegaan. De aanpak wordt sindsdien steeds harder en beschadigt en polariseert vooral.
De rest van de week heb ik me vooral ingezet om met betrokkenen te kijken hoe we hier ondertussen wel uitkomen. Ik ben eerst met Rector Rob van het LCL gaan praten. En heb zodoende ook Projectleider John weer gezien en later ook nog Conrector Yvonne aangehoord. Deze zaterdag stond ik met buurvrouw Tonnie op het plein om met buurtbewoners te praten. Hans van SBE en Buurman Paul kwamen op en gegeven moment ook. Beiden zijn deskundig en actief in het Actiecomité en ik heb ze daarom uitgenodigd om met mij naar het schoolterrein te gaan om te bekijken wat in de actuele context een verstandige weg vooruit is. Dat was leuk en zinvol. Aanstaande dinsdag gaat Actievoerder Annejet ook op het terrein kijken en het plan is om dat een week later ook te doen met onze klimaatburgemeester.

Hieronder analyseer ik de huidige stand van zaken en deel ik mijn perspectief op een weg uit de impasse.

Wat nu? De bouwweg-impasse van half maart

Op dit moment liggen de voorbereidingen voor 15 miljoen kostende de bouw van het nieuwe LCL stil. Het College van de gemeente volhardt in haar toondove handelswijze en probeert met juridische machtsmiddelen de impasse te doorbreken. De enige weg vooruit die niet nog meer ten koste gaat van het al zeer beschadigde vertrouwen in de overheid is door als nog te doen wat in het begin nodig was: Samenwerken alvorens te besluiten. Er zijn prima methoden om dat proces in alle openbaarheid en eensgezindheid te laten plaatsvinden.
Hieronder ga ik verder in op deze punten.

Op dit moment liggen de voorbereidingen voor 15 miljoen kostende de bouw van het nieuwe LCL stil.

Dat is naar aanleiding van de juridische obstakels van het Actiecomité. De echte oorzaak is echter de onwil/onkunde van de gemeente om volwassen met haar oprecht betrokken burgers om het gaan. In plaats van alle betrokken burgers om deze mooie en door iedereen gedragen intentie te verzamelen, heeft zij er (om financiële of gemakzuchtige) redenen ervoor gekozen om eenzijdig te bepalen wat haar het beste uitkwam en vervolgens deze voorkeur met alle middelen door te zetten. De gekozen zuidelijke bouwroute lag al vast in de aanvragen Omgevingsvergunning (?+dd) ruim vóórdat de eerste informatie-avond met de buurt werd gehouden. Op die avond is door mij meteen een voor de hand liggend en redelijk noordelijk alternatief voorgesteld. Deze werd meteen afgedaan als onhaalbaar en vooral: onbetaalbaar. De zuidelijke ‘Verlengde Ceramlaanroute’ was en bleef de bouwroute. In de loop van de ontwikkelingen komen steeds meer mensen middels gezond verstand en nadere bestudering uit op hetzelfde idee. Toch wil de gemeente er niet serieus naar kijken.

Alle onderzoeken die dat later wel lijken te doen zijn zodanig geframed, beperkt of geformuleerd dat de zuidelijke route de minst slechte keus was. Bij het allerlaatste gemeentelijke aanbod in die zin was het wantrouwen bij de andere betrokkenen inmiddels zo groot dat de gemeente (samen met het LCL) zelf deze exercitie heeft gedaan. Uiteraard met dezelfde uitkomst.

Het College van de gemeente volhardt in haar toondove handelswijze en probeert met juridische machtsmiddelen de impasse te doorbreken.

Dit vindt zijn oorzaak in hoe wij onszelf laten besturen door anderen. En wel middels een steeds meer vastlopend systeem van verdeel en heers. Door een op zich zelf gerichte bestuurscultuur, dat feitelijk wordt geregeerd door het imago, eigenbelang en de herverkiesbaarheid van de politici met enkel oog voor de korte termijn. (Ik kan voorbeelden geven). De bureaucratie staat primair ten dienste van deze politieke cultuur. De uitvoeringsorganisaties worden op hun beurt middels uitgebreide administratieve controle ‘marktconform’ afgerekend op harde meetbare kwantitatieve criteria.

De enige weg vooruit die niet nog meer ten koste gaat van het al zeer beschadigde vertrouwen in de overheid is door alsnog te doen wat in het begin nodig was: Samenwerken alvorens te besluiten.

Dat kan enkel met z’n allen aan tafel te gaan zitten en in alle vrijheid samen te werken aan een bevredigende oplossing, inclusief een oplossing voor de reeds aangerichte schade: Aan de natuur en aan het vertrouwen van de burger

Er zijn prima methoden om dat proces in alle openbaarheid en eensgezindheid te laten plaatsvinden.

De visie en intentie van de Gemeente over een inclusieve creatieve regeneratieve klimaatneutrale stad is een prima uitgangspunt. (Ik noem als voorbeeld van een methode Design Thinking omdat dat mijn vak is.)

Samen is best makkelijk

Er is in onze buurt eigenlijk geen duidelijke plek waar we elkaar spontaan kunnen tegenkomen. In de galerijflat zie zie je buren enkel als je het gebouw binnenkomt of uitgaat. Je ontmoet elkaar vooral in het trappenhuis of de lift. En dat is meestal op een onhandig moment dat je net geen tijd hebt.
De huizen zijn ook meer ontworpen op privacy dan op onderling samenzijn. Het buurthuis Oude Raadhuis, hoe mooi ook, staat eigenlijk niet midden in onze buurt (zoals ik dat beleef). Het plein zie ik als centrum van dit Beauregard buurtje.

Dus als eerst stap naar een meer levendig plein heb ik op de jaarvergadering van onze bewonersvereniging Beauregard afgelopen februari een toezegging gedaan: Ik ga op de eerste zaterdag van de maand op het plein staan, voor iedereen die een kopje koffie wil of iets wil delen, vragen of wat dan ook. Ik verwachtte er weinig van, maar het was het enige dat ik kon verzinnen en zeker ook kon laten gebeuren.

Dus die zaterdag op tijd uit bed en bij Henk een thermoskan en een sta-tafel geleend. Uit de rolcontainer met buurtspullen. Ik ben gewend dat ik alles alleen doe, maar ik ben die dag blij verrast met het genoegen van goede buren! Henk en zijn zoon David hielpen meteen mee de spullen op het plein te zetten. Tammy was al naar de Jumbo voor de koffiemelk die ik was vergeten.

Ik had me mentaal voorbereid op een uurtje op m’n telefoon kijken, maar dat verliep prettig anders. Andere kinderen kwamen op de ‘drukte’ af, soms met hun ouders in het kielzog. Ik leerde buren kennen die ik nog niet eerder had gezien. Zo stonden we met ongeveer een man of twaalf te kletsen op het plein, met een troep spelende kinderen om ons heen. Yolanda ging koffie bijzetten vanwege het onverwachte succes.

Na ongeveer anderhalf uur kwam het zoetjesaan tot een eind. Allee deelnemers tevreden met de spontane ontmoeting en gesprekken. Ik ben in de dagen erna ( en ook op de buurt-app Beauregard Social) nog regelmatig aangesproken door mensen: Wat was er te doen op het plein? en Volgende keer kom ik ook!

Kortom dit simpele experiment wat -zeker gezien de eenvoud – een verrassend succes. Dat ga ik zeker herhalen. De eerste zaterdag van april is op 1 april. Desondanks ga ik serieus nog een keer met koffie op het plein staan. In de hoop dat nu IEDEREEN naar buiten komt. De winter is voorbij en als we het samen doen, gaan we de mooiste zomer tegemoet. Zet het alvast in je agenda: Pleinkoffie. 🙂

Ik vermoed dat veel mensen het al spontaan aanvoelen; we zijn eigenlijk groepsdieren en vinden gezelschap instinctief heel gezellig. Die waarheid als een koe is ook wetenschappelijk onderzocht en bevestigd: Positieve relaties zorgen ervoor dat je langer en gelukkiger leeft.
Als je me niet gelooft mag je het zelf nalezen in deze Engelse studie van de Harvard Universiteit.

Leiderschap corrumpeert

Leiders krijgen of nemen de macht in handen. Maar het is algemeen bekend en door de geschiedenis bewezen dat macht corrumpeert. Dus Leiderschap corrumpeert en het zijn zeldzaam sterke schouders die daartegen bestand zijn. Toch blijft de roep om leiderschap terugkeren. Het is dan ook een verleidelijke droom: Iemand anders, groter en sterker, leidt jou naar een betere toekomst…

Ik wil hier binnenkort uitgebreider ingaan op de achterliggende oorzaken van deze dynamiek tussen autonomie en volgzaamheid. Deze post wordt geleidelijk uitgebreid…

Alleen samen komen we verder

Als inwoner van Eindhoven met zijn groeiambitie en luchtvervuiling heb ik deze video over de Brabantse relatie met China met veel belangstelling bekeken. Het maakt de impact van globale relaties heel voelbaar in mijn eigen leven. Terwijl wij dachten in te zetten op wederzijdse afhankelijkheid wil China juist onafhankelijk en meer dominant zijn. Wij leven nog in een exclusieve positie van luxe dankzij de goedkope arbeid in China. Maar China is als opkomende wereldmacht, bezig haar plek in de geschiedenis terug in te nemen. Zij willen nu het leiderschap. Wij staan nu voor een afweging tussen waardensystemen en economische belangen. Denkend vanuit verschillen en concurrentie is de trend helder: Wij zitten in de verdediging en zijn aan het verliezen. Dat moeten we anders gaan aanpakken.

Het is dus nodig om van (overlevings-)strategie te veranderen. Het is tijd voor een essentiële verandering van ons waardensysteem. Concurrentie is niet meer ‘gezond’, we moeten het nu hebben van onze Social Fitness. Prettiger en menselijker.

De betekenis van veel ‘economische’ vanzelfsprekendheden is dringend toe aan herijking. Herijking aan de werkelijkheid van vandaag en aan de achterliggende natuurwetten. We moeten van een datagedrevene informatie economie naar een ecologisch gebaseerde betekeniseconomie. Econoom Kees Klomp heeft daar een zeer toegankelijk boek over geschreven.

Belasting of contributie?

Dit ongepubliceerde stuk kom ik na tijden weer tegen. Het bevalt me. Ik ben benieuwd wat jij er van vindt…

Ik ga mezelf eens lekker toestaan om nog wat verder uit te zoomen.
Om te ontdekken waar de jeuk vandaan komt.

Onze westerse samenleving gelooft dat ons welvaren rust op ondernemerschap.

Onder die vlag verzamelen zich drie verschillende activiteiten: Dienstverlening, productie en handel. 
Toen ik als kleine zelfstandige voor mezelf begon had ik daar geen weet van.
Met vallen en opstaan leerde ik die verschillen. Ik kon de prachtigste dingen produceren (productie), maar dat betekent niet automatisch dat de klant zich daarmee geholpen voelde (dienstverlening). Hoe ik werd beloond was nog een heel ander aspect. Dat is handel.

Handel is de kunst van waardetoekenning. En waarde is geen objectief gegeven, maar uiterst contextueel en situationeel. Jouw winterjas is nu veel minder waard dan over een half jaar. Zeker de gebruikswaarde, maar daardoor ook de handelswaarde. Waarde is ook uiterst persoonlijk en tevens afhankelijk van allerlei psychologische factoren. En van onzekerheden zoals toekomstverwachtingen. Bij elke transactie weegt dit in principe allemaal mee.

Handelaren spelen met deze factoren. En bespelen zo hun tegenpartij. Dat kan heel ver gaan of worden begrensd door wettelijke of morele kaders. (Die helaas niet samenvallen.)

Ik weet nog steeds niet goed wat ik vind van handel. Ik neem waar dat dit onderhandelen in onze cultuur weggeorganiseerd is, terwijl ik op vakantie in Turkije of Marokko dit opeens moest aanleren.

Maar ik heb er een hekel aan dat mijn onzekerheid wordt geëxploiteerd door een ander die net iets meer weet en mij met een feitelijk onnodig verlies opzadelt. Mensen zouden elkaar dat niet moeten aandoen, zegt mijn gevoel. In de Amerikaanse zakenwereld is dit dan weer helemaal geaccepteerd. You are a winner or a loser. Met als gevolg een totaal gefragmenteerde super onveilige samenleving. 

Deze waarneming is relevant nu we hier in Nederland aanlopen tegen de nadelen van een naïef geloof in het heil van een ongebreidelde marktwerking. De markt dicteert waar de overheid zou moeten regeren. In de zorg, het onderwijs, de landbouw enzovoort.

Wat is de rol van rechtvaardigheid in belasting-inning. Hoe verhoudt zich dat met winstmaximalisatie in de internationale handel?

========================

Als de belastingheffing integraal onderdeel wordt van de internationale handelsstromen worden de handelaren leidend. Dat moet een overheid niet willen!

Handelaren willen rijk worden door winstmaximalisatie over de rug van hun klanten. 

In de middeleeuwen deden (r)overheden dat ook. Willen we daar naar terug?

Als de overheid het collectieve deel van de economie onder haar beheer wil hebben, kan dat veel eenvoudiger. En wel door de schatkist te vullen met een percentage van elke transactie tussen (rechts-)personen. Dat kan enkel door het geldverkeer onder haar hoede te nemen. Dat is sinds eeuwen uitbesteed aan private bankiers. Elke techneut kan momenteel een digitale munt introduceren. Als de overheid haar belasting zou innen in haar eigen guldens via haar eigen banksysteem, dan kan ze het collectieve deel automatisch afromen van elke transactie binnen Nederland.

Je hoort erbij, of niet…

Vandaag ben ik begonnen in het boek ‘Je hebt het niet van mij, maar…‘ . Een antropologisch verslag van een maandje rondkijken in het Haagse politieke wereldje in 2009. Het laat zien dat de regelgeving in Nederland (of wat daar van over is) tot stand komt middels een ondoorzichtig kluwen van verstrengelde belangen. Het algemeen belang zit daar helaas niet bij.

De beschreven patronen lijken mij niet exclusief voor de politieke wereld, maar meen ik overal terug te zien als een impliciete laag in elke sociale dynamiek. Het zijn de onbeschreven instincten en impulsen die wij allen bezitten, maar liever niet openlijk tonen, omdat dat ten koste zou kunnen gaan van onze positie in de betreffende sociale groep.

De eenvoudigste voorstelling van een sociale interactie bestaat uit twee personen. De één wil iets van of voor de ander. Wat doet er niet toe. Of het nu triviaal is of belangrijk, er spelen altijd twee tegengestelde belangen mee. Enerzijds wil een ieder gewoon zijn/haar zin hebben, voordeel behalen of een behoefte vervuld zien. Anderzijds mag dat niet teveel ten koste gaan van de relatie, want dat schaadt een ander belang/ behoefte: Die om geaccepteerd te worden, om erbij te horen, om aardig gevonden te worden en in de toekomst samen verder te kunnen. Het is dus een afweging tussen egoïsme en sociaal belang. Deze belangenafweging speelt altijd mee. Bij elke sociale interactie. Bewust of onbewust.

Maar wanneer ‘erbij horen’ niet meeweegt, omdat de ander niet tot de eigen kring behoort, dan is de afweging totaal anders. Dan wordt het egoïsme niet afgeremd door onze tribale instincten. Dan zijn de meest brute vormen van exploitatie mogelijk. Dit verklaart allerlei vormen van wat we graag ‘onmenselijkheid’ noemen. Maar ook wat we kennen als de ‘motor’ van onze economie: Concurrentie en winstmaximalisatie.

Haat of liefde, vrije keuze?

Het begint me op te vallen, hoe bliksemsnel we weten of we iets aangenaam vinden of verwerpelijk. Waar komt deze superpower vandaan? Het is overduidelijk niet het resultaat van een doordachte bewuste overweging, daarvoor is het te snel. Het moet òf een emotionele respons zijn òf – gezien de abruptheid – veelal een instinctieve reflex. Ik vermoed nu dat het laatste het meest waarschijnlijke of tenminste het meest voorkomende is. We hebben een natuurlijk wantrouwen tegen het onbekende en een even instinctieve voorkeur voor wat ons bekend of nabij is. En dat lijkt te gelden voor alledaagse zaken als je eten en voor grotere keuzes. Oekraïense vluchtelingen lijken meer op ons dan Afghanen of Somaliërs. Met alle mensonterende gevolgen van dien.

Dit ingroup-outgroup instinct maakt ons onbaatzuchtig en liefdevol naar wat we als eigen beschouwen en onvoorstelbaar gevoelloos tegen de rest. Zo slapen we er niet minder om terwijl er oorlog en misbruik en geweld en martelingen plaatsvinden achter onze horizon.

Dat lijkt minder te mken hebben met vrije keuze en alles met de aard van het beestje. Nu we zoveel kunnen en weten, moet er toch ook een manier zijn om verstandig – zelfs wijs – om te gaan met onze primitieve instincten. Maar het lukt me al niet om op tijd naar bed te gaan. En als ik dat al doe lig ik soms wakker van dit soort enge puzzels.

Heb jij een idee?

Met verschillende maten meten.

Werkt niet, zou je zeggen. Logisch, maar ondertussen doen we het voortdurend. Onze flexibele geest verandert voortdurend van perspectief zonder dat we dat bewust waarnemen. Dat is een kwaliteit van ons patroonherkennend brein. Het zoomt in en uit en scant het actuele aandachtspunt voor houvast.
Maar dat blijkt ook zwakheden op te leveren, die te vaak onopgemerkt blijven. En in begin te vermoeden dat we onszelf daarmee flink in de problemen kunnen brengen.Dit is een poging om wat licht te schijnen op deze blinde vlek.

Zoals elk organisme zijn we lui. Ofwel economisch: We willen een optimaal resultaat voor minimale inspanningen. En omdat we ons hebben gespecialiseerd in het naar de hand zetten van onze omgeving, hebben we die zo ingericht als het ons uitkomt. En wel op basis van ons vaststaand wereldbeeld. Vrijwel alles is daarin vastgesteld en georganiseerd met als doel dat de economie optimaal functioneert. En de mensheid voor wie dat bedoeld lijkt te zijn is daaraan onderworpen.

Een recent voorbeeld uit mijn directe omgeving: De gemeentelijke overheid beslist van hogerhand dat er een nieuwe school wordt gebouwd. Dat project wordt ondergebracht bij een technisch projectmanager. Deze maakt afwegingen binnen het kader van dat ene project. De optimalisaties die daar logisch zijn, blijken bedenkelijk als je het ruimer bekijkt en meeweegt wat er in de zelfde periode op dezelfde plek moet gebeuren. De gemeenteraad die het proces moet controleren is (net zoals de wethouders die politiek verantwoordelijk zijn) overbelast en eenzijdig en te gedetailleerd geïnformeerd. Daardoor wordt alles wat het project betreft door hen op het bordje van de projectmanager teruggelegd. Die heeft maar één succescriterium: Het project afkrijgen binnen de gestelde geld- en tijdskaders. Als gevolg daarvan is voortschrijden inzicht onmogelijk geworden.

Hoe kan een HBer normaal doen?

Stel, je bent briljant en daardoor weet je het meestal beter dan de ander. Die ander is niet in staat dat te begrijpen. Hoe los je deze puzzel op?

De crux van de puzzel is natuurlijk dat je de ander niet kúnt veranderen. En per situatie doet dit zelfde probleem zich steeds anders voor.  De ander is steeds anders en de context verschilt ook per moment. Als HB-er (HoogBegaafde) onderken je dit.

Één eerste stap is te proberen om patronen of structuren waar te nemen in al deze verschillen. Waarin verschillen de anderen en waarin zijn ze juist gelijk aan elkaar? Kan ik de verschillende contexten schematiseren?

Hier kunnen we het werk van Clare Graves goed gebruiken. Hij vroeg zich af; Wat zijn de gedragskenmerken van een psychisch gezonde volwassene. En tot zijn verrassing bleek dat af te hangen van de situatie…

Uiteindelijk wist hij acht stabiele gedragspatronen te beschrijven die ontstaan in reactie op de specifieke uitdagingen van de situatie. Met instabiele overgangsfasen daartussenin.

Er blijkt dus een causale relatie te bestaan tussen de uitdagingen van het leven en onze overlevingsdrang. Eenvoudige problemen roepen simpel gedrag op. Voor complexere uitdagingen moeten wij ons gedrag ontwikkelen of uitsterven. Dat is de motor van de evolutie: Change or die… Maar laten we eenvoudig beginnen.

Tenzij het dringend nodig is, doet ons organisme liever niets. Dat is biologisch erg economisch. Je gaat pas eten als honger krijgt. Als je moe bent wil je slapen. As je je verveelt wil je iets leuks doen enzovoort. Zolang je metabolisme in evenwicht is, heb je geen dringende behoefte en dus ook geen reden om iets te doen. Geluk is homeostase, zeg maar.

Jouw lijf is geen solitair verschijnsel. Als groepsdier groei je op tussen je soortgenoten. Je familie en je sociale omgeving. Daar leer je impliciet wat de sociale codes zijn en welk gedrag wordt verwacht in welke situatie. Daar denk je niet bij na. Het doet zich als vanzelfsprekend voor en – omdat je nooit anders hebt meegemaakt – neem je dus aan dat de wereld zo werkt. Dat wereldbeeld wordt meestal aangeduid met het woord cultuur. Je bent in een bepaalde cultuur opgegroeid en draagt allerlei onbewuste oordelen mee die je waarnemingen en aannames kleuren.

En hier doet zich al de eerste spanning voor. Die tussen je eigen behoeften en de verwachtingen van je omgeving. Jij wilt iets leuks doen, maar de sociale codes vereist toevallig dat dit hier en nu niet gebeurt.

Dit dilemma is universeel. Vanaf het moment dat je jezelf manifesteert als een zelfstandig individu, zijn er anderen met een mening daarover.

Hoe ga je daar slim mee om? Een HBer is door zijn/haar intellectuele voorsprong veroordeeld om verstandiger te zijn dan de rest. Het is dus heel nuttig om sociale vaardigheden te ontwikkelen. En een adequaat inschattingsvermogen om te bepalen vanuit welk normen en waarden kader de ander jou bejegent. Als die verschilt van de jouwe, wil je wel graag weten wat werkt.

Dus in een gegeven situatie kijk jij door je vertrouwde eigen culturele bril en de ander door de zijne. Jij projecteert jouw oordeel en de ander doet hetzelfde vanuit zijn kader. Nu is het aan jou om een werkbaar contact te bewerkstelligen met inzet van je troefkaart: jouw briljante geest.

Let wel, het gaat hier nog niet over de inhoud, maar enkel over hoe jij jouw communicatie aanpast in reactie op het denkkader van de ander. We hebben het letterlijk nog nergens over anders dan of we elkaar überhaupt kúnnen begrijpen.

Stel, jij bent een schoolvoorbeeld van een egalitaire inclusieve liberale pacifistische witte Nederlandse persoon. Je houdt van open uitwisseling en proactieve samenwerking. Maar de ander denkt even hartstochtelijk in hiërarchie, macht en direct eigenbelang. Vriendelijkheid is voor deze persoon een teken van zwakte en een kans om te profiteren. Wat is dan slim? Hoe krijg je jouw snelle inzichten en oplossingen geaccepteerd?

Neem waar dat dit niet zozeer een mentale puzzel is, als wel een sociale of psychologische. Het wereldbeeld van betrokkenen staat op zich los van hun intelligentie. De vraag is hier wel of jij als HBer hier mogelijkheden ziet die de ander ontgaan.

Ik merk zelf dat, als ik in zo’n situatie het gedrag van de ander spiegel, ik het verlies in de interactie. Dat is omdat die rol mij niet als vanzelf afgaat. Maar elk ander gedrag wordt daarnaast weer niet begrepen. Ik word daarbij ook gehinderd door mijn ingeslepen afkeer van wat ik heb leren zien als primitief gedrag. En manipulatie ben ik ook redelijk allergisch voor. Dus ik kom dan erg gekunsteld over.

Maar dit zijn dus wel een beperkingen die ín mij zitten en waar ik dus aan kan werken. Deze culturele oordelen zijn typische artefacten van mijn waardensysteem. Die moet ik loslaten om me te kunnen verplaatsen in de beleving van de ander. Dus zelfontwikkeling is alvast weer eens één sleutel tot vooruitgang.

Ergens vind ik dat wel weer jammer. Mijn ego houdt het meest van puzzeltjes waar het zelf buiten schot blijft. Maar anderzijds is de zoektocht naar echte antwoorden te onweerstaanbaar.

Op het moment van dit schrijven ben ik er jammer genoeg nog niet helemaal uit. Ik lijk even tegen de grenzen van mijn denk- en voorstellingsvermogen aan te lopen. Of ik ben het ergens niet met mijzelf eens. Of de conclusie levert me werk op in plaats van gemak. Ik vrees het laatste, haha. Dat valt me dan wel weer tegen van mijzelf.

Ondertussen is mijn tussenconclusie: Een Engels gezegde luidt’ ‘Beauty is in the eye of the beholder’. Dat blijkt dus ook te gelden voor ‘normaal doen’.

Uitgaande van Clare Graves zijn schema die acht soorten ‘normaal’ beschrijft, kan een HB-er alvast wel zijn of haar briljante bijdragen proactief vertalen naar deze verschillende waardensystemen. (Met inachtneming van alle verdere vereisten van goede communicatie. Maar dit terzijde.)

Ondertussen lijkt het mij een verstandige volgende stap om de vraag verder voor te leggen aan andere HB-ers: Hoe kan een HB-er normaal doen? Twee HB-ers weten meer dan één. En drie HB-ers weten meer dan… (Intermezzo: is deze reeks lineair, of logaritmisch of …?)

Ook tussen HB-ers vervormen de verschillende waardensystemen de communicatie. Maar met hun snelle en soepele denkstijl hebben ze toch betere kansen op een succesvolle en constructieve uitwisseling van ideeën, argumenten en ervaringen.

Dus tja: Hoe kan een HB-er normaal doen?

Eerlijk verdelen

Vandaag meldt de krant dat Jan Modaal, onze model gemiddelde Nederlander, 99% van de huizen in zijn land nooit zal kunnen kopen. Onbetaalbaar met zijn modale inkomen. Dat komt door de combinatie van marktdenken en de ontdekking van investeerders dat vastgoed de meest zekere extractiebron is. Een dergelijk passief inkomen is even stabiel als verachtelijk. Mensen willen koste wat kost voorkomen dat ze hun huis kwijtraken. En dus werken ze zich desnoods een extra slag in het rond om de huur op te brengen voor de passief profiterende eigenaar. Dat voelt niet goed en lijkt mij het onweerlegbare bewijs dat de welvaartsverdeling in Nederland faalt.

Het achterhaalde beeld van onze samenleving is dat ondernemers spontaan de nodige economische bedrijvigheid organiseren en daarmee de noodzakelijke behoeften van de consumenten bevredigen. Daarnaast nemen zij werknemers in dienst, die zo meeprofiteren van de waarde die gezamenlijk wordt gecreëerd. Tenslotte is er nog een overheid die de noodzakelijke openbare regelingen voor haar rekening neemt. Daartoe heft zij de nodige belasting.
Afhankelijk van de individuele voorkeur en traditie kan men een preferentie hebben om zaken gezamenlijk te regelen of ieder voor zich. Ofwel meer of minder conservatief/rechts zijn of conservatief/links.

Dit model blijkt in de praktijk te verworden tot een olicharchie. Een heel klein deel wordt steeds rijker, de rest wordt armer en machtelozer. Werkgelegenheid, het hebben van een vaste baan, leek dé manier te zijn om de welvaart te verdelen. Maar sinds met bezit en geld makkelijker rijkdom vergaard kan worden functioneert dat niet meer.

Als we er uit gaan dat Nederland primair bedoeld is om alle Nederlanders een gelukkig en zinvol bestaan mogelijk te maken, dan moeten we concluderen dat we een nieuwe theorie nodig hebben, die verklaart hoe we dat kunnen doen.